Kijk naar de danseres. Danst ze met de klok mee? Of juist tegen de klok in?
Als je de danseres tegen de klok in ziet dansen, dan gebruik je meer je linker hersenhelft. Danst ze met de klok mee, dan gebruik je meer je rechterkant.
De meeste mensen zien de danseres tegen de klok in dansen.
Maar door goed te kijken of te focussen op iets onder of naast de danseres, kun je haar van dansrichting zien veranderen.
Functies van de linker hersenhelft:
- Gebruikt logica
- Oriënteert zich op details
- Feiten regeren
- Woorden en taal
- Heden en verleden
- Wiskunde en natuurkunde
- Kan doorgronden/bevatten
- Weet
- Erkent/bevestigt
- Ziet patronen en ordent
- Kent de naam van een object
- Staat in de realiteit
- Ontwikkelt strategieën
- Praktisch
- Veilig
Functies van de rechter hersenhelft:
- Gebruikt gevoel
- Oriënteert zich op het grote plaatje
- Verbeelding regeert
- Symbolen en plaatjes
- Heden en toekomst
- Filosofie en religie
- Heeft zaken door
- Gelooft
- Waardeert
- Ruimtelijk inzicht
- Kent de functie van een object
- Fantasie is de basis
- Presenteert mogelijkheden
- Impulsief/onstuimig
- Neemt risico



